Vroege sneeuw

De lange droge zomer heeft
de herfst in goud gehuld, het is
verbazingwekkend hoe een ramp
in vage dromerij verkeert
De zon is weg, geeft baan
aan de prelude van een winterslaap
Een grauwe nacht, een dikke lucht,
en de verbeelding slaat op hol
als duizend schaapjes, stil,
op witte voetjes, komen aangeslopen
Beneveld sta ik voor het raam en staar,
de winter smeekt om overgave
De zomer ritselt na, het blijft
toch allemaal wat ongewoon,
de tuin die niet puur goud is,
maar verguld, de vroege sneeuw,
het is geen tijd voor poëzie
Ik zet me schrap, deze winter
slaap ik met één oog open,
met één been buiten het bed