Ik hou van jou

Een man ruimt, in zijn eigen tuin, de herfst op
Aan de grashark kleeft reeds de winter,
gekleed in warme trui en zachte handschoenen

Licht gloort boven de huizen
Groenblijvers zijn blauw van het vocht
De bolle waterspiegel van het vogelbad
toont kale kruinen, rijp voor sneeuw

Het mos langs de stenen is oud geworden
Geel en rood blad zijn netjes opgeveegd
De herfst ligt hoog opgetast,
wordt opgeschept, weggereden

De zon werpt frisgekoelde stralen
van glinstering en tinteling
De tuin ligt klaar,
een stenen leeuw bijt in zijn poten van de kou

Er hangt iets ijlzaams in de lucht, dat zingt
‘Ik zei het toch, ik hou van jou